ventilatie en bijverwarming

Keuzes …
Wat ons momenteel meest bezighoudt, is hoe we ons passiefhuis gaan verwarmen. “Verwarming, in een passiefhuis??”, hoor ik sommigen misschien al denken. In passiefhuizen is de netto energiebehoefte voor verwarming inderdaad heel laag. Thermische zonnewinsten door ramen aan de zuidkant, en daarnaast ook nog het energieverbruik van elektrische toestellen én de aanwezigheid (en dus energieproductie) van de bewoners, zijn op de koudste winterdagen net onvoldoende om de transmissie-verliezen volledig op te vangen; typisch blijft er op zo’n koude, bewolkte dag nog een netto energiebehoefte voor verwarming over van 2 tot 4 kW. Wij zitten volgens de laatste PHPP-berekeningen dicht bij die 2 kW, best wel goed dus (is ongeveer wat een strijkijzer verbruikt …).

Tunneleffect
Maar hoe we die beperkte bijverwarming gaan realiseren, daar zijn we nog altijd niet uit. Bij passiefhuizen spreekt men van het zogenaamde ‘tunneleffect’, waarmee bedoeld wordt dat een passiefhuis ondanks de meerkost voor isolatie toch financieel rendabel kan zijn door het wegvallen van de kost voor een conventioneel verwarmingssysteem. Zoals de grafiek toont, heb je een eerste economisch optimum zodra je aan de eisen voor een laag-energiewoning voldoet (~K30). Ga je nog verder (op de grafiek: naar links, lagere K-waarden), dan brengt verder doorgedreven isolatie je steeds minder op, tot je zo ver gaat dat je op het niveau van een passiefhuis komt (~K15). Dit is dus het tweede optimum.

Wat we ondertussen wel al begrepen hebben, is dat dit ‘tunneleffect’ meer theorie dan realiteit is. Tenzij je je toevlucht neemt tot een paar simpele elektrische radiatortjes; maar dan ben je niet goed bezig natuurlijk: elke kWh die je zo verbruikt, heeft ongeveer het drievoud gekost bij de opwekking ervan. Veel beter is dan ook om gebruik te maken van efficiëntere en dus ecologischere verwarmingssystemen, zoals warmtepomp, gascondensatieketel, zonnecollector, pelletkachel, …

Wat in een passiefhuis steeds aanwezig dient te zijn, is een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer van ventilatielucht, en met een warmtewisselaar (wtw) die de warmte uit de afgevoerde lucht grotendeels recupereert. Systeem D dus. Het rendement van dit ventilatiesysteem kan verder verhoogd worden door het gebruik van een aardwarmtewisselaar (aww): hierbij wordt de toegevoerde lucht eerst door een lange buis onder de grond geleid waardoor de koude winterlucht (bv -10°C) de op 2 m diepte vrijwel constante bodemtemperatuur van ca +10°C aanneemt. Ook in de zomer heeft de aww zijn nut: nu wordt de warme (bv +30°C) buitenlucht afgekoeld, opnieuw tot ca +10°C, en in dit geval via de bypass (maw zonder door de wtw te gaan) rechtstreeks als ventilatielucht toegevoerd aan de woning. Een alternatief voor de aww is de bodemwarmtewisselaar (bww): in dit geval wordt de toegevoerde lucht eerst door een wtw geleid waarbij de bodemtemperatuur via een vloeistof (typisch glycol) overgedragen aan de ventilatielucht.

Reageer